Zelfdoding

Kinderen en adolescenten die een zelfdoding meemaken in hun nabije omgeving, verdienen specifieke aandacht. In dit hoofdstuk bekijken we het rouwproces en aan aantal factoren die hierbij een rol spelen. Hierbij aansluitend gaan we in op de vraag wat ouders, en andere opvoeders, aan kinderen over de zelfdoding kunnen meedelen, en hoe dit best kan worden gedaan. Vervolgens worden enkele concrete richtlijnen gegeven over het helpen van kinderen. Het hoofdstuk besluit met een overzicht van adressen waar ouders en kinderen terecht kunnen voor ondersteuning en hulpverlening.

HET ROUWPROCES VAN KINDEREN

Kinderen hebben dezelfde capaciteit om te voelen als volwassenen, maar ze zijn niet op dezelfde wijze in staat om hun gevoelens te beschrijven en te verwoorden. Waar bij volwassenen de eerste rouwreacties onmiddellijk volgen op het sterven van een geliefde, begint dit bij kinderen soms enkele weken of maanden na de dood. Zij schuiven het rouwen soms voor zich uit tot ze voelen dat voldaan is aan hun behoefte aan fysieke en psychologische veiligheid.


Kinderen zijn niet in staat om lange tijd met verdriet bezig te zijn. Hun capaciteit om de pijn te verdragen die wordt opgeroepen door de erkenning van het verlies is beperkt. Daarom vermijden ze vaak ook erover te praten. Dit is ook de reden waarom ze met onderbrekingen en soms gedurende jaren bezig zijn met het verlies.


Voor kinderen is hun spel erg belangrijk. Spelen is hun meest natuurlijke instrument voor communicatie. Daarin kunnen ze zich op een veilige manier uiten. Ze spelen als het ware angstwekkende gebeurtenissen na en proberen ze zo onder controle te krijgen.


Na het verlies van iemand die hen nabij stond, gaan kinderen zich vaak afhankelijk opstellen. Ze klampen zich vast aan anderen, ze vragen hen dingen te doen die ze voorheen zelf konden, ze eisen voortdurend extra individuele aandacht op en vertonen kinderlijk gedrag dat ze reeds ontgroeid waren.


Kinderen hebben een sterke behoefte zich in te passen in de groep van leeftijdsgenoten en zich door hen aanvaard te voelen. Wanneer iemand uit hun directe omgeving sterft, maakt dit gebeuren hen verschillend van hun leeftijdsgenoten. Veel kinderen voelen zich ongemakkelijk met dit verschil. Ze hebben behoefte aan de verzekering dat men hen blijft accepteren en respecteren om hun eigen kwaliteiten.


De emoties van kinderen kunnen soms heel explosief zijn. Volwassenen hebben hier vaak moeite mee. Het is echter belangrijk dat men hen deze emoties laat uiten zonder hen hiervoor schuldgevoelens te geven. Aandachtig luisteren naar hetgeen achter deze emoties zit, hen het gevoel geven dat ze deze emoties mogen uiten en proberen correct te antwoorden op de vragen die aan de basis liggen, kan helpen.


In de adolescentie willen jongeren vaak controle hebben over hun gevoelens. Ze voelen zich dan ook niet steeds comfortabel met de vraag om open over gevoelens te praten. Ze zijn bang als kinderlijk te worden ervaren. Vaak zijn ze beschaamd over hun verdriet.


Soms neemt een kind van hetzelfde geslacht als dat van de ouder die overleden is een deel van de rol en taken van deze ouder over. Het kind schuift dan als het ware een generatie op. Dit kan soms worden aangemoedigd door de omgeving, maar het is niet gezond voor de ontwikkeling van het kind zelf. Het rouwproces van een kind wordt sterk bepaald door de volgende drie factoren : de leeftijd van het kind, de manier waarop de dood heeft plaatsgevonden en de relatie die het kind had met de overledene. We gaan hieronder dieper in op deze factoren.


Leeftijd

Om kinderen en jongeren die rouwen beter te begrijpen, is het belangrijk zicht te hebben op leeftijdsgebonden reacties. Men mag deze leeftijdsverschillen echter niet te strict zien. Ontwikkeling is immers een individueel gebeuren en niet zomaar in duidelijk afgelijnde, algemene fasen op te delen.


Kinderen in de eerste maanden van het leven wenen als ze hun verzorging missen, maar een goede verzorging sust snel deze reactie. Het is dus de verzorging die belangrijk is, de persoon die ze geeft is vervangbaar.


Vanaf de leeftijd van 4 à 5 maanden tot 2 jaar beginnen kinderen onbehagen te vertonen wanneer ze de moeder of de vertrouwde ouderfiguur missen, bv. meer huilen, slecht slapen, weinig eten...


Vanaf 2 tot 5 jaar verschillende de emotionele reacties van rouwende kinderen niet zoveel meer van deze van volwassenen. Ze missen nog wel de capaciteit om hun gedachten, gevoelens en herinneringen in woorden uit te drukken. Wanneer een vertrouwd persoon niet terugkomt, ontstaat er verwarring. Het kind zal de dood van een geliefd persoon wel aanvoelen, maar niet volledig begrijpen. Ze kunnen zich niet voorstellen dat de dood onomkeerbaar en definitief is. Daardoor stellen ze allerlei vragen zoals bv. wanneer de overledene terugkomt en wat hij doet.


Kinderen van 5 tot 8 jaar begrijpen de dood en de implicaties ervan beter. Ze zijn zeer kwetsbaar omdat ze het ergens wel begrijpen, maar nog niet de mogelijkheden hebben om hiermee om te gaan. Ontkenning is vaak hun eerste verdediging. Ze doen alsof er niets gebeurd is. Ze zijn innerlijk geraakt door het verlies maar dit komt niet steeds tot uitdrukking in uiterlijk gedrag. Kinderen hebben vaak uitdrukkelijk toelating en steun nodig om hun verdriet te uiten. Soms moeten ze hier herhaaldelijk toe worden uitgenodigd. Pas als ze zich wel veilig genoeg voelen, kunnen ze hun onbehagen en droefheid toelaten. Als ze zich niet uiten, ontwikkelen ze vaak een fantasieleven waarin de overledene sterk wordt geïdealiseerd. Ze kunnen tevens schuldgevoelens hebben die voortkomen uit agressieve wensen die ze ooit gehad hebben. Dikwijls ziet men op deze leeftijd een angstige bezorgdheid anders te zijn dan vriendjes en is er ook angst voor de dood van overblijvende familieleden.


Kinderen van 8 tot 12 zijn niet meer zo afhankelijk, maar hun onafhankelijkheid is nog zeer fragiel. Het sterven van een ouder roept hun kinderlijke gevoelens weer op, maar ze hebben een sterke neiging om deze te verbergen en een façade van onafhankelijkheid op te bouwen en zich opstandig te gedragen. Dit wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd als moeilijk gedrag. Kinderen van deze leeftijd hebben de behoefte hun verdriet te uiten, maar duwen het vaak weg tot ze in staat zijn de pijn te erkennen. Sommigen hebben daarvoor eerst de herstelde veiligheid nodig van de thuissituatie, of een vertrouwensrelatie met een volwassene die hen voldoende veiligheid geeft om hun verdriet te uiten.


Adolescenten voelen zich vaak zo hulpeloos dar ze zich willen terugtrekken in huin vroege jeugd, waar ze het gevoel hadden beschermd te zijn voor de dood. De sociale verwachtingen dwingen hen echter zich eerder als volwassenen te gedragen. Ze zullen diverse volwassen rouwreacties vertonen, maar deze worden vaak gecompliceerd door typische adolescentieproblemen : weerstand om met volwassenen te communiceren, overbezorgdheid of anderen hun reacties zullen aanvaarden, vervreemding van volwassenen en vrienden en gebrek aan kennis over war sociaal aanvaardbaar is. Andere ontwikkelingsproblemen die interfereren met het rouwproces zijn : problemen met afhankelijkheid en afstand, identiteitsproblemen, hevige emoties en seksuele conflicten.


Van tijd tot tijd zullen de rijpingstaken van adolescenten maken dat de rouwarbeid niet adequaat wordt voltooid. Wat het rouwen bijzonder kan bemoeilijken zin schuldgevoelens in verband met de normale opstandigheid en met afstand nemen van de familie, die zich hebben voorgedaan voor de dood en die eigen zijn aan deze levensfase.


Manier waarop de dood heeft plaatsgevonden

Een plotse dood is bedreigend voor een kind. Het geeft een sterk gevoel van onveiligheid. Vaak bestaat ook de vrees dat er zich weer zoiets zal voordoen.


Ook bij kinderen zijn er veel overeenkomsten tussen het rouwproces na een zelfdoding en dat na een natuurlijke dood. Net als bij volwassenen zullen gevoelens van verlatenheid en schuld na een zelfdoding sterker zijn dan bij een andere doodsoorzaak. Juist voor kinderen zijn schuldgevoelens zeer moeilijk te verwerken. Ze stellen zich vragen als "Waarom heeft mijn papa, mama dit gedaan ?", "Was ik niet lief genoeg ?", "Was ik niet de moeite waard om voor te blijven leven ?"


Bij kinderen kunnen ook irreële schuldgevoelens ontstaan als het laatste contact in onenigheid is verlopen of als ze de ouders hebben horen ruziën. Zij hebben gedachten als "Was ik maar eerder thuisgekomen" of "Had ik maar niet zo'n slecht rapport". Soms zijn kinderen van tevoren door de ouders in de moeilijkheden betrokken. Bijvoorbeeld doordat er gevraagd is op de suïcidale ouder te letten of extra lief te zijn.


Tegenover kinderen wordt veelal de ware doodsoorzaak verzwegen. Meestal doet men dit om kinderen niet extra te belasten. Toch zal het kind signalen opvangen die hij weliswaar niet kan begrijpen, maar waarvan hij weet en voelt dat hij daar niet verder over mag denken, laat staan spreken. Een dergelijk geheim vormt een grote belasting.


Kinderen voelen zich vaak in de steek gelaten, zowel door de overledene als door de naaste familie. Het is niet ondenkbaar dat de schoonfamilie het laat afweten. Dit betekent voor kinderen het verlies van verschillende personen. Kinderen kunnen angstig zijn om andere dierbare mensen te verliezen. Gevoelens van onduidelijkheid, onzekerheid, angst, eenzaamheid, schuld en verlies van identiteit treffen het kind.


Relatie met de overledene

Hoe hechter deze relatie was, hoe moeilijker het is om het overlijden te verwerken. Vooral wanneer er iemand van het gezin overlijdt, is dit zeer ingrijpend. De beleving en reactie van het kind zijn verschillend wanneer het een ouder verliest dan wel een broer of zus.


Rouw na zelfdoding van een ouder :

Een kind gelooft in een veilige en beschermde wereld, een wereld waarin gebeurtenissen voorspelbaar zijn en ordelijk verlopen, een wereld die begrijpelijk is. Als de dood plotseling en overwacht komt, wordt de wereld veel minder veilig en voelt het kind zich heel kwetsbaar. Als een vader of moeder van wie je houdt zomaar kan verdwijnen, wat voor rampen kun je dan nog meer verwachten?
Kinderen geloven onvoorwaardelijk dat hun ouders van hen houden. Als de doodsoorzaak zelfmoord is, betekent dat voor een kind vaak een aanslag op het elementaire geloof dat zijn ouders van hem houden. Het kind denkt : "Als mijn vader of moeder echt van me hield, hoe kon die er dan voor kiezen om dood te gaan ?". Het wordt geconfronteerd met het feit dat de ouder met opzet is gestorven, dat hij of zij de dood zelf heeft gewild en het kind alleen achter heeft gelaten. Hierdoor kunnen kinderen gaan twijfelen aan hun eigen waardigheid en inherente goedheid.


Rouw na zelfdoding van een broer of zus

Bijzonder dichtbij wordt een kind geraakt als een broer of zus sterft. Meer dan enig ander verlies is dit een bewijs voor kinderen dat ook zij kunnen sterven. Bovendien kunnen ze sterke schuldgevoelens ervaren omwille van vroegere vijandige of ambivalente gevoelens tegenover de ander, of omdat de ander gestorven is en zij zijn blijven leven. Ze kunnen ook verbaal en/of fysiek agressief gedrag stellen tegenover de ouders omdat ze niet in staat waren de overleden broer of zus te beschermen of de dood te voorkomen.
Ook na zelfdoding van een broer of zus kunnen kinderen het gevoel krijgen dat diegene die is overleden hem/haar niet belangrijk genoeg vond om voor te blijven leven. Dit is zeker het geval wanneer er een hecht contact was tussen de overledene en degene die is achtergebleven.
Broers en zussen kunnen het moeilijk hebben met wat ze erven van de bezittingen van de overledene. Voor sommigen kan dit troost inhouden, voor anderen kan het verwarring brengen. Elk kind kan dit anders aanvoelen en men moet zorgvuldig stilstaan bij de beslissing wat men zal doen met de bezittingen en de kamer van de overledene.
Andere belangrijke factoren die een invloed hebben op het rouwen zijn:
    · de mate waarin er veranderingen plaatsvinden na het overlijden;
     · de persoonlijkheid en de ervaringen van het kind (Heeft het al eerdere verlieservaringen meegemaakt ? Hoe weerbaar is het ?...);
    - de uitleg die aan het kind gegeven wordt over de dood (zie verder);
    · de reacties van de omgeving op het rouwgedrag van het kind (zie verder).


ZELFDODING EN KINDEREN : HOE HIERMEE OMGAAN ?

Onze zoon was bijna één jaar oud toen ik de relatie met zijn vader beëindigde. Een half jaar daarna hadden we nog bijna dagelijks contact maar hij vond de omgang met zijn zoon te moeilijk. Hij maakte toen een einde aan zijn leven. Onze zoon is nu vier en ik weet niet wat ik hem hierover wel / niet moet vertellen ? Ik zeg tot nu toe enkel leuke dingen over zijn vader.
Mijn man heeft in 1996 een zelfdoding gedaan, onze kinderen waren toen naar mijn mening te jong om hen dit te vertellen. Nu zijn ze op een leeftijd van 7 en 8 jaar. Hoe pak je het aan om hen te vertellen wat er gebeurd is met hun vader ?


Wat vertel ik aan kinderen ?
Dit is een vraag die vaak gesteld wordt na de zelfdoding van een dierbare.
Het antwoord : de waarheid. Velen geloven nog steeds dat men kinderen deze waarheid niet moet vertellen, om hen te beschermen. Meestal is het tegenovergestelde echter waar. Kinderen misleiden, de waarheid ontwijken of fabeltjes vertellen over de manier waarop iemand gestorven is, kan meer kwaad dan goed doen. Als ze de waarheid van iemand anders moeten horen, kan het vertrouwen tussen ouder en kind zoek raken en maar moeilijk opnieuw opgebouwd worden. "Niet weten" kan ook angstaanjagend en pijnlijk zijn, de fantasie is immers meestal erger dan de realiteit. Daarnaast kan het niet inlichten van kinderen het rouwproces bemoeilijken.
Een kind moet immers als het opgroeit wel geloven dat wat het ziet en hoort waar en echt is. Om juiste oordelen te kunnen vellen en om van ervaringen te leren, moet het ervan uit kunnen gaan dat die ervaringen een juiste weergave van de werkelijkheid zijn.
Wanneer goedbedoelende familieleden de omstandigheden van de dood van een ouder of ander gezinslid ontkennen of erover liegen, vernietigen ze het geloof van een kind in zijn of haar juiste waarneming van de werkelijkheid. Samengevat kan men stellen dat "eerlijk duurt het langst" ook in geval van zelfdoding blijft gelden.
Hoe kunnen we een zelfdoding uitleggen en verklaren aan kinderen en tieners ? Ook al lijkt het onmogelijk en té ingewikkeld om te doen of zelfs te proberen, toch is dat precies wat we moeten doen, nl. het proberen. Om zeker te zijn dat je uitleg eerlijk en steunend is, kan het helpen om het gesprek voor te bereiden. Eventueel kan je hierbij beroep doen op een familielied, leerkracht, clb-medewerker, hulpverlener,...
Hoeveel ze begrijpen en hoeveel informatie men als ouder kan geven, is uiteraard afhankelijk van hun leeftijd. Stem je antwoorden en informatie af op de ontwikkelingsleeftijd en het bestaande doodsconcept van de kinderen (zie hoger). Sommige kinderen zullen tevreden zijn met een antwoord van een tweetal zinnen, anderen zillen voortdurend vragen blijven stellen; vragen die ze trouwens moeten kunnen stellen en die ook beantwoord.


bron : www.aivl.be/ShowPage.cfm?PageID=1678

Na een zelfdoding...

Dat er bij elke zelfdoding ook nabestaanden zijn wordt meestal niet vermeld. Onderzoekers gaan er vanuit dat er bij elke zelfdoding minstens 6 nabestaanden direct betrokken zijn.
Dit betekent dat er jaarlijks in Vlaanderen alleen al ongeveer 7.000 nabestaanden na zelfdoding bij komen.
Laat ons hierbij niet vergeten dat anderen, die misschien iets verder van de overledene staan ook indirect geraakt worden. Wanneer bvb. een jongere door zelfdoding omkomt dan wordt een hele school (leerlingen, leerkrachten), een sportvereniging of andere jeugdbeweging nabestaande. Net hetzelfde op werksituaties, in de woonwijk, ... In zekere zin zijn we dus allemaal nabestaande.

Iemand verliezen uit je nabije familie of vriendenkring door zelfdoding is natuurlijk van een andere orde.. Een nabestaande verwoordde het als volgt: "Het is ongeveer te vergelijken met het verschil tussen het effect van een steen die in het water valt en de impact die een meteoriet had die Engeland van het continent heeft gescheiden".

Dit om maar te illustreren dat er heel wat nabestaanden zijn, die van zeer nabij of van iets verder af in aanraking zijn gekomen met een suïcide. Afhankelijk van de (hechtheid van de) relatie die men had met de overledene, de draagkracht en voorgeschiedenis zal die zelfdoding een invloed uitoefenen op het denken, doen en voelen van nabestaanden.

Specifieke thema’s in het rouwproces

Er zijn een aantal verschijnselen – thema´s die karakteristiek zijn in het rouwproces bij nabestaanden na zelfdoding. Dit zijn tegelijkertijd ook de factoren die tot psychische en sociale problemen kunnen leiden als het rouwproces stagneert.
Twee opmerkingen hierbij :
Deze thema’s zijn karakteristiek maar niet noodzakelijk uniek aan het rouwproces dat nabestaanden na zelfdoding doorlopen.
Geen twee mensen doorlopen een zelfde rouwproces (alleen al het verschil tussen man en vrouw is enorm).

Schok en ongeloof

Het meemaken van een zelfdoding in je onmiddellijke omgeving moet zowat het ergste zijn wat iemand kan overkomen. Nabestaanden ervaren een immense schok, een schok die alleen maar groter wordt wanneer men getuige is van de suï;cide of men zelf het lichaam vindt. Het gewelddadige karakter van de zelfdoding, waarbij men soms ernstig verminkte lichamen aantreft of moet identificeren, zorgt ervoor dat deze beelden nadien kunnen herbeleefd worden (het beeld van een pot pillen en een afscheidsbrief is veel te romantisch en geen realiteit). Soms kan dit resulteren in posttraumatische stressstoornissen.
Het onder ogen zien van suïcide als doodsoorzaak kan zo pijnlijk zijn dat deze wordt ontkend. Zeker wanneer de zelfdoding totaal onverwacht komt zien we dit verschijnsel optreden. Dit kan leiden tot ontkenning van de doodsoorzaak, die vervolgens als ’moord‘ of ’een uit de hand gelopen spel‘ wordt benoemd. De doodsoorzaak kan ook voor anderen worden verhuld. Dit kan te maken hebben met schaamte en met het anticiperen van negatieve reacties. Wanneer dit volgehouden wordt kan dit tot verdere complicaties in het rouwproces leiden, ook voor de ruimere omgeving van vrienden en kennissen.

Hoe?

Nabestaanden gaan op zoek naar de precieze manier en omstandigheden waarin de suï;cide heeft plaatsgevonden:
Wie was erbij?
Wat was de aanleiding?
Wat is er precies gebeurd?
Hoe lang heeft het geduurd vooraleer hij/zij gestorven is?
Heeft hij/zij veel geleden?
Tal van vragen waar men een antwoord probeert op te vinden, door vragen te stellen aan vrienden, leerkrachten, collega´s, politie, de huisarts,... Of soms ook door zelf op de plaats van de zelfdoding te gaan staan om te ervaren hoe het moet geweest zijn voor de overledene. Men vraagt zich soms ook af of hij/zij, op het allerlaatste moment, tussen de poging en de uiteindelijke dood, zich niet meer bedacht heeft.

Waarom?

De allesoverheersende vraag is "waarom?".
Nabestaanden kunnen lang bezig zijn met zoeken naar motieven en verklaringen om de oorzaken en achtergronden van de zelfdoding beter te begrijpen. We kunnen stellen dat dit zeker uniek is voor nabestaanden na zelfdoding, dit hangt immers samen met het opzettelijke karakter.
Boeken i.v.m. zelfdoding worden gelezen, websites geconsulteerd, lezingen bijgewoond, deskundigen gecontacteerd,... dit in de hoop antwoorden te vinden en alle puzzelstukjes samen te kunnen leggen. Iets wat eigenlijk nooit lukt, de enige die de resterende stukjes kan inpassen is er immers niet meer.
Nabestaanden verwachten hierbij heel erg veel van een afscheidsbrief, die niet alleen iets kan vertellen over de mogelijke beweegredenen, maar die vooral ook een emotionele betekenis heeft - het is het laatste schrijven van hun dierbare. Wanneer niet direct een afscheidsbrief gevonden is gaat men er koortsachtig naar op zoek, wanneer die wordt meegenomen door de politie voor het onderzoek wordt dit ervaren als een echte ramp. Nochtans blijken deze afscheidsbrieven vaak niet die verhelderende inhoud te bevatten. Het zijn meestal brieven die geschreven zijn met een vernauwing in het blikveld, op het einde van het suïcidale proces. Bvb. « ik heb het geprobeerd, maar dit is wat ik wil. P.S. het brood ligt in de bovenste kast. » of nog « morgen komt de loodgieter ».
Soms echter kan de brief aan nabestaanden het gevoel geven dat de zelfdoding een bewuste keuze is, dit kan betekenis geven aan de zelfdoding, wat de innerlijke rust bij nabestaanden kan bevorderen.

Schuldgevoel

Ik wil niemand tot last zijn, zei de zelfmoordenaar, en bezorgde iedereen een schuldgevoel. (Fons Jansen)
Vanuit de waaromvraag komt men ook bij zichzelf terecht. Nabestaanden verwijten zich vaak de zelfdoding niet te kunnen hebben voorkomen: "had ik maar...". Nabestaanden kunnen zichzelf verwijten de zelfdoding niet te hebben voorkomen, te weinig gedaan te hebben of iets te hebben gedaan wat de zelfdoding mee heeft veroorzaakt.
Men kan zich ook verwijten niets te hebben gemerkt, of de signalen onvoldoende te hebben onderkend.
Af en toe verwijten nabestaanden zichzelf dat hij/zij wel nog leeft ("survivor-guilt"). Dit is een gevoel dat iemand die dood is, het meer verdiend om te leven dan de nabestaande zelf.
Meestal zijn deze schuldgevoelens echter niet allesoverheersend en slechts zelden is er sprake van een algemeen gevoel van verantwoordelijkheid voor het overlijden. Bijna de helft van de nabestaanden geeft ook aan de suïcide in zekere zin te hebben verwacht.

Opluchting

Nabestaanden reageren niet zelden met een gevoel van opluchting (volgens cijfers uit onderzoek 1 op 10 nabestaanden).
De dood betekent immers dat er een einde is gekomen aan de zorgen en angst over wat kan gebeuren. Een kans ook om z´n eigen leven weer in handen te nemen. Samenleven met iemand die een psychiatrische problematiek heeft (i.c. schizofrenie, herhaalde depressies met suïcidale dreiging) is ook voor de omgeving een ware uitputtingsslag.
Nabestaanden anticiperen hierbij al op een mogelijk fatale afloop zodat ze de oorzaak makkelijker kunnen leggen bij de psychische toestand en de psychiatrische ziekte. Ook het gevoel dat de overledene nu eindelijk vrij is van zijn of haar lijden wordt aangehaald.

Kwaadheid

Kwaadheid is een karakteristieke reactie bij nabestaanden.
Kwaadheid op zichzelf : te weinig gedaan te hebben, spijt over wat er gezegd en gedaan is of wat hij/zij juist heeft nagelaten.
Kwaadheid op de overledene : omwille van de emotionele pijn, de toegenomen verantwoordelijkheden, omwille van het gevoel bedrogen en achtergelaten te zijn.
Kwaadheid op anderen in de omgeving : men verwijt, meestal familieleden, te weinig gedaan te hebben om de zelfdoding te voorkomen.
Kwaadheid op hulpverleners (soms terecht overigens) : "Ik heb overal hulp gezocht maar niemand kon ons helpen.& Een andere keer is wel hulp gevonden, maar beschouwen nabestaanden die hulp niet als adequaat. Men denkt dat de suïcide te vermijden was geweest als hulpverleners tijdig hadden ingegrepen of andere maatregelen getroffen. Het beleid van de hulpverlenende instantie komt onbegrijpelijk over.
Ook kunnen nabestaanden bezwaren hebben tegen het optreden van de politie. Het bericht van de zelfdoding kan onzorgvuldig zijn overgebracht of men mocht de overledene niet meer zien.
Kwaadheid op de media : omwille van het schenden van de privacy, de sensationele berichtgeving,...)
Kwaadheid op God, die dit allemaal heeft toegelaten.

Angstgevoelens en suďcidale gedachten

Nabestaanden kunnen angst ervaren over hun eigen veiligheid en die van anderen, met name die van hun kinderen.
Zoals bij elk rouwproces kunnen suïcidale gedachten voorkomen. Deze kunnen veroorzaakt worden door een verlangen om bij de overledene te zijn of vanuit een depressief beeld. Nabestaanden na zelfdoding vormen een risicogroep om zelf ook door zelfdoding om het leven te komen.
Ten tweede kan angst ontstaan dat een ander met wie men een sterke band heeft, bvb. een kind, ook zelfdoding pleegt. Wetende dat adolescenten daarenboven moeilijkheden kunnen ondervinden om de grens te trekken tussen zichzelf en een rolmodel (zoon-vader) die gestorven is door suïcide kan er dan ook een tendens tot overbescherming gecreëerd worden.
Ten derde kan een diepgewortelde angst ontstaan om een nieuwe relatie aan te gaan.

De Omgeving: Stigma, taboe, schaamte en isolatie

Na de zelfdoding volgen de eerste reacties; soms warm en begripvol, andere keren onbehouwen en vol onbegrip. Meestal zijn ze goed bedoeld, maar in de beleving van de nabestaande vaak onhandig en dom.
Stigmatisering en taboe rondom zelfdoding zijn klachten die nabestaanden regelmatig uiten.
Nabestaanden geven aan dat het nog steeds bijzonder moeilijk is te praten over zelfdoding met diegene die daar persoonlijk bij betrokken zijn (vrienden, familie, maar ook met bvb. collega’s op het werk). Praten over sensationele zelfdodingsituaties waarover de media berichten, is geen kunst. Maar praten over zelfdoding én over de daarbijhorende gevoelens met direct betrokkenen is veel moeilijker.
Tweederde van de nabestaanden geeft aan vermijdingsgedrag te ervaren van mensen uit de sociale omgeving. Mensen komen niet meer langs (soms ook uit schrik voor ’besmetting‘, spreken niet meer over de overledene en doen alsof er niets aan de hand is. Nabestaanden krijgen dan eigenlijk ook nog de impliciete taak om hun omgeving ’voor te lichten‘ over wat suïcidaal gedrag kan veroorzaken, het suïcidale proces en hoe ze met hen, nabestaanden kunnen omgaan.
Tegelijkertijd zien we ook dat er sprake kan zijn van ’zelfstigmatisatie‘. Nabestaanden gaan zich soms isoleren van de omgeving. Vaak uit schaamte of vanuit de verwachting dat er toch geen sociale steun zal geboden worden. Er is een hypothese die stelt dat deze teruggetrokken houding door nabestaanden een soort van coping methode is om energie te sparen en om zich zo volledig te kunnen richten op het eigen rouwproces.
Om dit stuk met een positieve noot af te sluiten: Een zelfdoding kan ook leiden tot extra medeleven van anderen, juist vanwege het tragische karakter van het verlies. Ook kunnen hechtere relaties met vrienden en familie ontstaan. Daarnaast halen heel wat nabestaanden aan intenser te leven en in zekere zin ook gelukkiger te zijn, ondanks het verdriet.

Pathologische - Vastgelopen rouw

Rouw op zich is dus een normale en gezonde reactie op een overweldigend verlies. Rouw beïnvloedt het denken van mensen, hun emoties en hun gedrag. Het is niet alleen een normaal, maar ook een noodzakelijk fenomeen.
De vermijding van rouw resulteert in psychologische problemen. Het verschil tussen pathologische en normale rouw is gradueel en moeilijk te definiïren.
We kunnen van een verwerkingsstoornis spreken wanneer het dynamische karakter van het rouwproces ontbreekt en de rouw vastloopt. Dit kan zich uiten door:
- het vermijden van de realiteit en te redeneren alsof de overledene nog aanwezig is, bvb. steeds in de tegenwoordige tijd praten als het over de overledene gaat.
- gepreoccupeerd te blijven met de overledene, daarmee bedoel ik dat er nog steeds rekening gehouden wordt met de overledene, bvb. de kleren worden schoongehouden, de tafel wordt gedekt voor de overledene.
- situaties en gesprekken te vermijden die herinneren aan het verlies
- Ook hevige langdurige kwaadheid en de mate en duur van angst – en depressieve gevoelens (gepaard gaande met suïcidale gedachten) wordt als criterium genomen voor de psychische toestand van nabestaanden.

Bron : http://users.pandora.be/nazelfdoding.gent/nabestaande.htm

Werkgroep Verder, Nabestaanden na zelfdoding

DOOD EN ROUW - Hoe leven wij daarmee?

Lang is het begrip ‘dood’ een gevreesd, meestal verzwegen item geweest. Het taboe rond lezen en schrijven is nu - gelukkig - voor een groot deel opgeheven. Er zijn reeds zoveel boeken geschreven rond deze materie dat geen mens nog alles kan lezen. Toch is ‘dood’ in de ‘belevingswereld’ nog steeds taboe. De meeste mensen willen leven en geen dood. Men wil vreugde en geen verdriet.

Wanneer een dierbare naaste sterft, komt de nabestaande terecht in een moeilijke, verwarrende periode. Het is alsof grond onder de voeten wegzinkt en men door verdriet overmand alleen nog naar zichzelf en de overledene kan kijken. Ondertussen draait de wereld verder alsof er niets aan de hand is.

Vaak ziet men hetzelfde scenario. Veel volk bij de uitvaart en ook de weken daarna. Het oprecht meeleven van vrienden en bekenden doet deugd. De nabestaande voelt zich door velen gedragen en gesteund om de eerste moeilijke tijd van afscheid en verlies door te geraken.

Dan echter begint het lange, vaak uitzichtloze, rouwen. De kring van meelevende mensen wordt snel kleiner. Een eind verder staat de nabestaande meer en meer alleen. De telefoon rinkelt minder, de deurbel lijkt stom. Weinigen uit de omgeving durven nog te vragen of het wel gaat.

Op het werk moet men evenzeer vooruit, soms alsof er niets gebeurd is. Het leven gaat immers verder, de economie moet draaien.

Ondertussen leven nabestaanden met het gevoel dat het leven voor hen is stilgevallen en geen perspectief meer biedt. Men voelt zich alleen en verloren met zijn verdriet. Soms zou men zo graag zijn verhaal nog eens willen vertellen, nog eens mogen zeggen hoeveel pijn het ’gemis‘ doet, hoe moeilijk de dagen vaak zijn.

Bron : http://www.rouwzorgvlaanderen.be/doodenrouw.php