Nadat het belang van de slachtofferrol in de loop der eeuwen sterk was afgenomen, zijn er verscheidene pogingen ondernomen om hen maatschappelijk en juridisch weer een belangrijke plaats te geven.


Vooral vanaf het begin van de jaren 70 ontwikkelt zich een echte slachtofferbeweging. Deze beweging vond zijn voedingsbodem in meerder op elkaar ingrijpende ontwikkelingen.
Vooreerst komt in die periode het strafrecht toe aan een herbezinning over zijn grondslagen.
De schadelijke effecten en de gebreken van de strafrechtpleging worden scherper in het licht gesteld. Er komt kritiek op de exclusieve gerichtheid op de dader.


Baanbrekend voor de slachtofferbelangen was bovendien de vrouwenbeweging.
Deze beweging vestigde de aandacht op de weinig elegante behandeling van slachtoffers van seksuele delicten door politie en justitie, waardoor de rechteloze positie van het slachtoffer in het strafproces tot uiting kwam.
In de jaren negentig barst dan de ‘zaak Dutroux’ los met als reactie de ‘Witte Beweging’. De aandacht gaat meer uit dan ook naar het slachtoffer.


De ‘wet Franchimont’ geeft voor het eerst een heleboel rechten aan het slachtoffer :

Recht op respect en erkenning
Recht op het krijgen van informatie
Recht op het geven van informatie
Recht op juridische bijstand
Recht op bescherming en privacy
Recht op herstel
Recht op hulp

Op verschillende niveaus werden diensten opgericht die slachtoffers van misdrijven met de gepaste zorg moeten omringen. Op deze manier tracht men het aangedane leed te beperken.


Op niveau van politie is dat “slachtofferbejegening” op niveau van de rechtbank heet dit “slachtofferonthaal”, op niveau van de hulpverlening is dat “slachtofferhulp”. Deze laatste dienst heeft niets te maken met politie of justitie, ze hebben dan ook geen meldingsplicht.


slachtofferbejegening politie

slachtofferonthaal parket

slachtofferhulp