De varkenspest op school
In elke klas wordt wel minstens één leerling gepest. 15 procent van de
leerlingen uit het secundair onderwijs meldt regelmatig het slachtoffer te zijn
van pesterijen. Dus zit in elke klas ook minstens één pestkop. In het secundair
onderwijs pest 12 procent van de leerlingen regelmatig andere leerlingen. Maar
de grootste groep zijn de meelopers. Zij maken pesten mogelijk. Tenzij we NU
samen beslissen om te stoppen met de zwijnerijen.
Wat mensen zoal zeggen en denken. Acht keer fout.
-
Pesten gaat vanzelf over. Als er niet wordt ingegrepen, dreigt het juist erger
te worden.
-
Het slachtoffer lokt het pesten zelf uit. Dit is meestal niet zo. Pesten heeft
niet alleen met de gepeste te maken, maar zeker ook met de pesters.
-
Pesten hoort nu eenmaal bij het leven. Plagen maakt deel uit van het dagelijks
leven. Pesten niet en moet worden voorkomen.
-
Van pesten word je hard. De slachtoffers krijgen integendeel een steeds
slechter zelfbeeld. Nog jaren later kunnen ze de negatieve gevolgen van het
pesten ondervinden.
-
Het gaat telkens om één pester en éßn slachtoffer. Meestal staat het
slachtoffer alleen, terwijl de pesters vooral in groep handelen. Ook kiest de
rest van de groep meestal stilzwijgend de kant van de pester.
-
Wie terugslaat, wordt niet gepest. De slachtoffers zijn zelden in staat om
deze raad op te volgen. Ze zijn al zover weggedrukt dat ze niets meer kunnen
doen.
Enkele getuigenissen.
'In het vierde verwisselde ik van school. Ik kwam in een klas terecht waar je
slechte punten moest halen om erbij te horen. Ik wilde gewoon zo snel mogelijk
mijn diploma. In het begin was het alleen maar schelden en wat treiteren maar
dat was nog niet genoeg. Voor mijn neus klikten ze hun messen open en zeiden
dat ik niet lang meer te leven had.'
'Pesten is toch leuk. Zo maak je tenminste nog wat plezier op school. En
diegene die we pesten is toch altijd zo'n seutje dat nooit iets terugdoet...'
'Ik heb er eigenlijk nooit mogen bijhoren. Als iemand uit de klas een feestje
organiseerde werden de uitnodigingen rondgedeeld in de klas. Alleen voor mij
was er nooit één bij.'
'Mijn beste vriend wordt sinds begin dit jaar plots zwaar gepest. Ik durf
niets zeggen omdat ze mij dan ook zouden kunnen pesten. Ik praat zelfs niet meer
met mijn vriend. Hij heeft eigenlijk niemand meer. Soms vraag ik me af hoe die dat
volhoudt.'
Het moddergevecht
Tussen plagen en pesten ligt een wereld van verschil. Plagen gebeurt vaak
éénmalig en steeds op vriendschappelijke basis. Je plaagt
bijvoorbeeld je vriend of vriendin omdat je die graag ziet.
(Meisjes plagen is kusjes vragen, remember?)
Pesten gebeurt bewust en is gericht op één of meer mensen. De pester wil dat de
gepeste persoon zich gekwetst, vernederd, afgewezen voelt. Pesten houdt ook
nooit op bij die ene keer. Sommige jongeren worden dagen, weken, jaren
getreiterd en gekleineerd door pestkoppen die daar plezier in hebben. Wordt er
in de hoogste jaren van het secundair onderwijs nog steeds lustig gepest of is
dat eerder iets voor kleine kinderen? Wie loopt het gevaar om gepest te worden
en wat kan je er tegen beginnen?
De kinderboerderij
De kritieke pestleeftijd ligt tussen 10 en 14 jaar. Tijdens deze vier jaar
bereikt pesten een hoogtepunt. Op ongeveer 14 jaar houdt pesten meestal vanzelf
op. Dat komt omdat het geweten dan geactiveerd wordt. Pestkoppen gaan dan
nadenken over hun gedrag en vinden zelf dat pesten eigenlijk niet kan. Dat
gebeurt toch in de meeste gevallen. Bij sommige jongens én meisjes functioneert
het geweten niet grondig genoeg, zij blijven na hun veertiende "gezellig"
doorpesten. Deze jongeren noemt men hardnekkige pestkoppen.
Het kinderlijke schoppen, duwen en trekken verandert dan in uitsluiten,
uitlachen, kwetsen, vechten...
250 gr. koteletten a.u.b.
Pestkoppen hebben natuurlijk slachtoffers nodig. Een groot en algemeen
verspreid misverstand is dat alleen mensen met rood haar of een bril met dikke
glazen worden gepest. Gepest worden kan iedereen overkomen. Het is de pestkop
die bepaalt wat de (groeps-) norm is. Als de pestkop vindt dat je merkkledij
moet dragen om cool te zijn, dan heeft diegene die dat niet draagt pech.
Althans als het slachtoffer zich niet kan verdedigen. Draag je bijvoorbeeld
geen merkkledij maar bijt je goed van je af, dan zullen de pestkoppen je met
rust laten. Pestkoppen zoeken altijd iemand die weerloos, hulpeloos is. Dat
zijn gemakkelijke slachtoffers. Het uiterlijk komt steeds op de tweede plaats.
Het is ook best mogelijk dat een slachtoffer niet meer wordt getreiterd als hij
van klas of school verandert. In de ene groep moet je luidruchtig en stoer zijn,
in een andere omgeving wordt het geapprecieerd als je rustig en doordacht
handelt. Maar meteen van school veranderen is géén goede oplossing.
De schutkring
Je hebt pestkoppen, slachtoffers, meelopers en 'zwijgers'.
De pestkop is erg op meelopers gesteld. Hij houdt ervan mensen onder zich te
hebben die ook nog eens doen wat hij vraagt. De meelopers zijn eigenlijk de
slaafjes van de leider. Blindelings voeren ze de plannen van de pestkop uit.
Ook jongeren die passief toekijken spelen een rol in het spel. Door niet te
reageren keuren ze het pestgedrag eigenlijk goed. Veel jongeren zijn bang om
zelf het slachtoffer van pesterijen te worden als ze zich tegen de wil van de
pestkop verzetten. Daarom houden ze ook hun mond.
Er ligt een grote verantwoordelijkheid bij de jongeren die deel uitmaken van
een groep waarin wordt gepest. Als een meerderheid pesten afkeurt, heeft de
pester geen enkele reden meer om iemand te treiteren. Pesten is dan plots niet
meer stoer of cool. Met andere woorden: pesten is out.
(Uit Klasse voor jongeren)
terug